ampe.trybou architecten

ampe.trybou architecten

Sociale woningen met de look en feel van een residentiële wijk

 

Creëer een goede woonomgeving. Dat was in se de opdracht voor ampe.trybou architecten uit Oudenburg. Met hun voorstel voor het project Baanhof in Oostende raakte het architectenbureau de juiste snaar. Met name dankzij het atypische ruimtegebruik op de site. Sociale huisvestingsmaatschappij WoonWel gaf opdracht voor 27 geclusterde eengezinswoningen en 12 appartementen voor bewoners met een beperking. Naast de projectsite bevindt zich immers vzw Duinhelm, een organisatie die begeleid wonen aanbied voor kwetsbare personen. “De site maakt deel uit van een grote nieuwe woonzone in Oostende. De zone werd ontwikkeld in de tijd dat sociale huisvesting verplicht deel uit maakte van nieuwe wijken”, aldus Lies Trybou die samen met haar man Frederiek Ampe het architectenbureau leidt.

Residentiële aanblik

De site is goed voor ruim 10.000 vierkante meter en driehoekig qua vorm. “We maakten plaats voor twee nieuwe doodlopende straten. We kozen bewust voor twee aparte ingangen – in plaats van een traditionele doorsteek door de wijk – om het gebruik van de beschikbare oppervlakte te optimaliseren. Op het einde bieden de straten rechtstreeks toegang tot het achterliggende woongebied. De site gaat zacht over in een groen fiets- en wandelpad. De zogenaamde groene gordel die het gebied op een veilige manier in verbinding stelt met het centrum van Oostende.” De meest opvallende keuze in de nieuwe sociale woonwijk is de aparte inplanting van de verschillende gezinswoningen. “Er werd bij de wedstrijd een aanzet tot verkavelingsplan met rijwoningen meegegeven. Het plan moest qua omgeving ook aansluiten op de omliggende woonbuurten met vrijstaande woningen op relatief grote percelen met telkens een groene omranding.”

Dus koos ampe.trybou ervoor om de bescheiden woningen te clusteren per drie. Visueel lijkt elk trio één geheel. Maar de volumes schakelen netjes aan elkaar en zijn onderling gescheiden door een gemeenschappelijke muur. Elke woning geniet op die manier van minstens twee open zijden. “De schakeling zorgt voor een verrassende interactie tussen de woningen. Elke cluster vormt een soort van mini-erf op zich. Bovendien lijkt het één geheel door de groene hagen rond elke cluster. We stappen af van de kleine rijwoningen met smalle tuintjes. Op dezelfde ruimte genieten bewoners nu van halfopen woningen met ruime lichtinval. Uiteraard blijft de tuin bescheiden, maar je zit er wel middenin”, aldus Lies Trybou.

Toekomstgericht ruimtegebruik mét behoud van dichtheid

Aan de straatzijde is elk erf voorzien van drie carports met tuinberging – één per huis. Vanuit elke tuin is er rechtstreekse toegang tot de straat. Het vergde wat puzzelwerk om dat mogelijk te maken, maar door de inspringende inkom van elk mini-erf is het ook voor de achterste tuinen mogelijk om rechtstreeks naar de straat te ontsluiten. Gezien het om sociale woningen gaat, zijn de afmetingen van de percelen vrij beperkt. De grootste woningen tellen 180 vierkante meter. De kleinste 112 vierkante meter. “Een van de uitdagingen in dit project was duurzaam ruimtegebruik. Door de clusters telkens te herhalen is dat gelukt, ook zonder woningen te moeten stapelen.” Voor Lies Trybou is het alvast een geslaagde denkoefening. “Door te schuiven en te spiegelen met de individuele units geniet elke woning van een schaduw- en zonkant. Het toont dat dichtheid niet gepaard moet gaan hoogbouw. Hier gaat het om bijna vrijstaande woningen, maar met een densiteit die hoger is dan rijwoningen. Ook dit is een woonvorm die toekomstgericht is – we moeten stoppen met de vrije ruimte vol te bouwen – en architecturaal eruit springt.” Het heeft impact op het hele gebied errond. De hele site wordt eind 2019 opgeleverd. “Door te schakelen met de verschillende volumes en de carports vooraan vermijden we voorspelbare wijken met een lelijke toegangsweg achteraan. We bekeken de wijk op zijn geheel, met een aanblik die langs alle zijden aantrekkelijk is.” Het is een van de redenen waarom de sociale huisvesting het beeld heeft van een tuinwijk. Wie van op afstand kijkt ziet dat het om een wijk gaat met veel groen en moderne privéwoningen op uitgebreide percelen.

Metselwerk als uniform kenmerk

De afwerking van de woonblokken gebeurt met een gele gevelbaksteen. Bovenaan werd er een soort kroonlijst gemaakt met vormstenen. Onderaan zien we een plint gemaakt met blokken van 20×20 in stapelverband. “De aparte manier om de gevelsteen te metselen is een louter esthetische keuze. Het zorgt voor een grote herkenbaarheid voor de hele wijk en voegt ook een element uit het verleden toe op een hedendaagse manier. Zonder te vervallen in formalisme zorgen we voor met het repetitieve karakter van de kroonlijst voor een toegevoegde waarde.” Afhankelijk van de oriëntatie is elke individuele woning identiek. Het gaat telkens om een gelijkvloers met inkom, vestiaire, toilet en een open leefruimte met keuken. De leefruimte heeft langs twee zijden zicht op de tuin. Eén zijde is voorzien van een uitgebreid schuifraam met toegang tot de tuin. De andere zijde bestaat uit een raam met een vensterbank op zithoogte. Op die manier maakt de vensterbank en de connectie met buiten een integraal deel uit van elke woning. Op de verdieping zijn er steeds 3 slaapkamers en een badkamer. Op energievlak halen de woningen E-peil 50. Dat is beter dan gevraagd, want in de aanbesteding uit 2012 lag de eis op E-peil 60. “We hebben nogal wat ervaring met sociale woningbouw. En we weten dat we altijd rekening moeten houden met een vrij lange doorlooptijd. Vandaar dat we van bij de start vooruit keken op energievlak. Het is normaal in deze tijd dat energievraagstukken steevast ingehaald worden door nieuwe technieken en mogelijkheden.” Zoals gezegd zijn er ook studio’s voor begeleid wonen. Die hanteren een gelijkaardige afwerking met het toonaangevende metselwerk.Verdeeld over drie volumes zijn er in totaal twaalf appartementen met een open leefruimte, kitchenette en badkamer. Elke studio heeft een individuele ingang vanuit de openbare ruimte. Een spel van beton en zigzaggende trappen zorgt voor een unieke aanblik. “De studio’s worden geflankeerd door de openbare groenzone met wandel- en fietspaden. Op die manieren profiteren ze mee van het zicht.”

Sociale en openbare projecten

Projecten en ontwerpen die het voor de hand liggende overstijgen. Dat is het doel en ook wel het handelsmerk van ampe.trybou. “We gaan verder dan wat standaard voorgeschoteld wordt. We kijken met een open vizier naar de opdracht en zoeken nieuwe manieren om meerwaarde te creëren.” Naast zaakvoerders Lies Trybou en Frederiek Ampe telt het bureau zeven medewerkers. Met name openbare opdrachten en sociale huisvesting vormen een specialisatie, in het bijzonder aan de kust en in het hinterland van de Noordzee. “Als architecten vinden we het leuk en uitdagend om binnen strikte beperkingen te zoeken naar meerwaarde voor bewoners en omgeving. Vandaar onze voorliefde voor openbare projecten. Het laat toe om een impact te hebben op de omgeving. Niet om een statement te maken, maar wel om projecten te creëren die bescheiden zijn en een onderdeel vormen van een groter geheel. We gaan voor architectuur die leesbaar en herkenbaar is.”

Tekst: Arne Vansteenkiste
Foto’s: Nick Cannaerts

 

ampe.trybou architecten
Vaartstraat 738460 Oudenburg
t. 059 26 68 93
info@ampetrybou.bewww.ampetrybou.be